Inhoud van dit artikel
SSRI’s maken je niet verslaafd zoals drugs: je krijgt geen hunkering en hoeft niet steeds meer te nemen. Wel kan je lichaam eraan gewend raken. Stop je te snel, dan krijg je vaak ontwenningsklachten zoals duizeligheid, “brain zaps”, misselijkheid, onrust en somberheid. Daarom stop je nooit plotseling, maar bouw je langzaam af met je arts.
Ik zie vaak bij anderen hoe lastig stoppen kan zijn. Hieronder lees je eerlijk wat er speelt en hoe je het verstandig aanpakt.
Belangrijk voor je veiligheid: stop nooit op eigen houtje met SSRI’s of andere antidepressiva. Overleg altijd eerst met je huisarts of psychiater. Word je tijdens het afbouwen erg somber of krijg je gedachten aan zelfdoding? Neem direct contact op met je arts. Denk je aan zelfdoding? Bel 113 of gratis 0800-0113. Bij acuut gevaar bel je 112.
Wat zijn SSRI’s?
SSRI’s (selectieve serotonine-heropnameremmers) zijn antidepressiva. Ze zorgen dat de stof serotonine langer actief blijft in je hersenen. Artsen schrijven ze voor bij depressie, angststoornissen en dwangklachten. Bekende voorbeelden zijn sertraline, citalopram, escitalopram, paroxetine en fluoxetine.
Voor veel mensen zijn ze een echte steun. Maar een pil lost de oorzaak van je klachten niet op. Daarom werken ze het best samen met gesprekken en veranderingen in je leven. Meer hierover in antidepressiva en alternatieven.
Kun je verslaafd raken aan SSRI’s?
Niet in de klassieke zin, maar je kunt wel lichamelijk afhankelijk worden. Bij een verslaving wil je steeds meer en blijf je gebruiken terwijl het je schaadt. Dat speelt bij SSRI’s meestal niet. Wat wel speelt: je hersenen passen zich aan het middel aan. Haal je het te snel weg, dan reageert je lichaam met ontwenningsklachten.
Veel mensen merken pas na maanden of jaren hoe afhankelijk ze zijn: ze proberen te stoppen en voelen zich zo slecht dat ze weer beginnen. Dat voelt als vastzitten, en het is begrijpelijk dat mensen dat een verslaving noemen.
Wat zijn de nadelen en bijwerkingen van SSRI’s?
De meest genoemde nadelen zijn emotionele afvlakking, slaapproblemen, gewichtsveranderingen en minder zin in seks. Niet iedereen heeft er last van. Veel gehoorde klachten:
- Emotionele afvlakking: je voelt minder verdriet, maar ook minder blijdschap.
- Lichamelijk: slecht slapen, zweten, aankomen of afvallen, minder zin in seks.
- Motivatie: een gevoel van onverschilligheid.
Heb je last van bijwerkingen? Bespreek het met je arts. Soms helpt een lagere dosis of een ander middel.

Welke ontwenningsklachten kun je krijgen bij stoppen?
Bij te snel stoppen krijgen veel mensen klachten die dagen tot weken, en soms langer, kunnen aanhouden:
- duizeligheid en “brain zaps”: korte schokjes in je hoofd;
- misselijkheid en griepachtige klachten;
- onrust, prikkelbaarheid en angst;
- slecht slapen en levendige dromen;
- huilerigheid en stemmingswisselingen.
Meer over het verminderen van zulke klachten lees je in ontwenningsverschijnselen verminderen.
Hoe stop je veilig met SSRI’s? 3 tips
1. Bouw langzaam af, samen met je arts
De grootste fout is te snel afbouwen. Je hersenen hebben tijd nodig om zich weer aan te passen. Maak met je huisarts of psychiater een afbouwschema en neem de tijd: vaak duurt het maanden. Vraag ook naar afbouwmogelijkheden zoals een vloeibare vorm of speciale afbouwstrips (taperingstrips), waarmee je in heel kleine stapjes kunt minderen. Krijg je bij een stap veel klachten, blijf dan wat langer op die dosis en overleg.
2. Ondersteun je lichaam en hoofd
Goed voor jezelf zorgen maakt het afbouwen draaglijker:
- eet gevarieerd en regelmatig;
- beweeg elke dag, bijvoorbeeld wandelen, fietsen of sporten;
- houd een vast slaapritme aan;
- doe ademhalings- of ontspanningsoefeningen;
- drink geen alcohol en gebruik geen drugs: die maken klachten erger.
Neem geen supplementen zonder overleg. Sommige middelen, zoals sint-janskruid of tryptofaan, kunnen samen met een SSRI gevaarlijk zijn.
3. Verwacht dat je emoties terugkomen
SSRI’s dempen gevoelens. Bij afbouwen kunnen emoties sterker terugkomen. Dat kan horen bij het afbouwen of bij gewoon weer voelen. Maar het kan ook betekenen dat je oorspronkelijke klachten terugkeren. Dat onderscheid maak je niet alleen: houd contact met je arts.
Praten helpt hierbij, met mensen om je heen of met een professional. Lees ook hoe praten met een psycholoog helpt. Schrijf je gevoelens op en onthoud: moeilijke momenten gaan voorbij.
Wanneer heb je extra hulp nodig?
Zoek extra hulp als het afbouwen steeds vastloopt, als je somberheid terugkomt, of als je naast SSRI’s ook alcohol, slaappillen, benzo’s of drugs gebruikt om je beter te voelen. Die combinatie zie ik vaak, en dan is het verstandig om alles in één keer goed aan te pakken. Stop ook met slaappillen of benzo’s nooit plotseling: bouw af onder begeleiding van je arts, en combineer ze niet met alcohol. Bij terugkerende depressieve klachten: lees ook wat je kunt doen bij een depressie. Informatie over afbouwen vind je ook op Thuisarts.nl.
Over je dosis of afbouwschema beslist je arts, niet wij: we zijn geen artsen en geven geen medicatieadvies. Gebruik je naast je antidepressivum ook drank, pillen of drugs om de dag door te komen, dan kunnen we wel helpen uitzoeken welke hulp daarbij past. Het gesprek is gratis en vrijblijvend: vraag een gratis gesprek aan, dan bellen we je terug.
Veelgestelde vragen
Mag ik zelf stoppen met mijn SSRI?
Stop nooit plotseling en niet zonder overleg. Je arts helpt je met een afbouwschema en houdt in de gaten of je klachten terugkomen.
Hoe lang duren ontwenningsklachten van SSRI’s?
Meestal enkele dagen tot weken. Bij een deel van de mensen duren ze langer, vooral na langdurig gebruik of te snel afbouwen.
Wat zijn brain zaps?
Brain zaps zijn korte, elektrische schokjes in je hoofd, vaak bij het bewegen van je ogen. Het is een bekende ontwenningsklacht die meestal vanzelf weer verdwijnt.
Mag ik alcohol drinken als ik SSRI’s gebruik?
Liever niet. Alcohol kan somberheid en bijwerkingen versterken en werkt het herstel tegen. Overleg met je arts.



